We leven in een periode dat grootmachten zich niets meer aantrekken van het internationaal recht (als ze dat al ooit hebben gedaan), waar bedrijven boven landsgrenzen uit elkaar beconcurreren om de overmacht en de ermee verbonden winsten, waar in het dagelijkse leven de filosofie heerst van de zelfontplooiing en de dwang om hier en nu gelukkig te zijn, wie mij daarbij hindert, duw ik omver. Of zoals onze leraar Frans elke keer voor het examen zei: chacun pour soi et Dieu pour tous.
Diametraal daar tegenover staat de Bergrede in het evangelie van Mattheüs als de grote gedragscode voor elke christen, krachtig en tegelijk broos en bescheiden.
Sinds ik de vertaling en uitleg van André Chouraqui las, kan ik de tekst niet anders meer lezen dan hij hem stuurt. Chouraqui vermoedt dat achter het Nederlandse woord “gelukkig” of het Griekse “makarios”, het Hebreeuwse woord “ashreh” staat, wat je best vertaalt als “op weg, vooruit”. Vandaar dat hij het eerste vers vertaalt als: En marche, les humiliés du souffle. Oui, le royaume des ciels est à vous. De interpretatie lijkt me verantwoord, omdat ook elders in het evangelie Jezus de mensen aanspoort om in hun kracht te gaan staan. De acht aansprekingen zijn niet bedoeld voor acht verschillende groepen maar wijzen samen naar die ene groep thuislozen die niets of niemand hebben op wie ze nog kunnen rekenen. Voor hen is “het koninkrijk der hemelen”. “Hemelen” omdat Jezus het woord “God” niet zomaar mag uitspreken. En “koninkrijk” als de nieuwe gemeenschap waar mensen het leven en hun bezit delen met elkaar, waar God de dragende kracht is en de inspiratie om voort te gaan. Jezus roept de ontheemden en thuislozen op om terug te geloven in eigen kracht en belooft dat God hen daarbij toekomst zal geven.