Nou, deze evangelielezing kan er ook nog wel bij.
Een hele tirade van Jezus over hoe men wel de regel van de wet na leeft, maar ondertussen van binnen, in het hart vol zit met gemeenheid en kwaad.Daar schieten we dus niets mee op, lijkt Hij te zeggen. Kun je het wel horen ook, nu.Wat onze wereld in deze dagen overkomt is verbijsterend en onvoorstelbaar.Megalomane wereldleiders die rücksichtslos hun eigen plan trekken.Vrouwen en meisjes die worden uitgesloten van het gewone dagelijkse leven in Azië.Protesten die met harde hand worden onderdrukt, de brandhaarden van oorlogsgeweld.
We kunnen zo een hele litanie maken en je kunt niet anders zeggen dan: het is verschrikkelijk.
Wat is er aan de hand, waarom gebeurt dit, waar is God? Is het onze eigen schuld?
Hoe moeten we toch verder?
En eigenlijk zijn het vragen die alle eeuwen door, in alle tijden, klinken.Ook Jezus zelf leefde in een onderdrukt land met een machtige bezetter.Waar mensen leven, zo lijkt het, stroomt het over van onrecht, onveiligheid en geweld.In het groot tussen de naties en volkeren.In het klein binnen de eigen kring, thuis, op school, op het werk, wanneer mensen het niet zo nauw nemen met de basisregels van samen leven: respect en eerbied voor elkaar.
Wat is dat toch?
Het moet in de oude tijden niet anders zijn geweest dan nu want in de eerste lezing hoorden we: Wanneer gij wilt kunt gij de geboden onderhouden.En dat lijkt me ook heel verstandig en wijs. De Eeuwige heeft trouwens aan niemand bevolen te zondigen, en niemand verlof gegeven om kwaad te doen.Nee, dat moest er nog maar bij komen...Jezus zegt in het evangelie dat het in ons leven niet alleen gaat, om wat we doen of om wat we misschien niet doen, maar dat het ook om onze intenties gaat en om de consequenties van wat we doen en om wat ons ertoe kan brengen om het goede of verkeerde te doen.
En nee, het is niet Jezus’ bedoeling dat we handen af gaan hakken of onze ogen uit gaan rukken, zo letterlijk moet je dit niet nemen als weldenkend mens.Maar het is een krachtige manier van spreken om te vragen dat we korte metten maken met wat ons afbrengt van het goede pad en dat we stil staan bij en nadenken over de weg die we opgaan en over wat ons drijft.