Article header background
Terug naar overzicht

Anton Milh, OP

image

Dominicaan Herman 'Mando' Nachtergaele overleden (1933-2026)

Op woensdag 21 januari 2026 is pater Herman Nachtergaele zachtjes heengegaan. Hij, die door velen gekend was als pater Mando, was een missionaris in hart en ziel.

image

P. Herman 'Mando' Nachtergaele, OP (1933-2026) © Archief Dominicanen van België en Nederland

Een droom voor Afrika

Op 10 november 1933 werd Herman Nachtergaele te Oudenaarde geboren als zesde van wat uiteindelijk een kroost van maar liefst dertien kinderen zou worden. Na de klassieke humaniora te hebben gevolgd aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege in zijn geboortestad (1945-1951) trad hij, bezield door het missionaire ideaal, in bij de Witte Paters van Afrika. Hij vond er niet helemaal zijn draai. Terug ‘in de wereld’ werkte hij als handelsvertegenwoordiger, jaren waarin niet alleen zijn ondernemende geest werd aangescherpt, maar ook zijn talent als chauffeur.

Op 8 september 1958 ontving hij het habijt van de orde der predikbroeders in Gent. Dit was geen toevallige keuze: zijn moeder behoorde immers tot de familie Hoerée, waarvan verschillende telgen dominicaan waren. Van het zeskoppige noviciaat van 1958-1959 zouden uiteindelijk enkel Herman en Piet Mertens (1939-1996) in de orde blijven. Frater Herman deed op 9 september 1959 zijn eerste professie te Gent en op 9 september 1962 zijn plechtige professie te Leuven. Op 18 juli 1965 werd hij tot priester gewijd.

Op het prentje voor zijn eerste H. Mis schreef hij: “God, ik geloof in de goedheid van de mensen, omdat Gij Goedheid, omdat Gij Liefde zijt. Niet ik U maar Gij hebt mij uitgekozen niet om te heersen maar om te dienen.” Terugblikkend heeft hij eens gesteld dat deze woorden gaandeweg ook tot de inhoud van zijn leven als priester-dominicaan werden.

image

Pater Herman Nachtergaele als novicemeester, Gent, september 1967. Uiterst rechts toenmalig prior, P. André (Gerolf) Vandaele. © Archief Dominicanen van België en Nederland

Een hart voor de jeugd

Daags na zijn wijding trok Herman er al op uit met een groep scouts, kwam de volgende dag even terug om zijn eerste H. Mis te vieren en vertrok de daaropvolgende ochtend opnieuw met een andere groep scouts. Dit jeugdwerk lag Herman aan het hart. Vanuit het klooster van Leuven zette hij zich in als aalmoezenier van de ‘8ste – Jong Brabant’ en als ‘pastoor’ van de Kluis in Sint-Joris-Weert.

In 1967, dus amper twee jaar na zijn wijding, werd hij aangezocht als meester van de novicen in Gent. Het waren jaren van zware turbulentie in het kloosterleven. Zijn vooruitstrevendheid botste op onbegrip en weerstand. Maar ondanks desillusie verloor Herman zijn evangelische ijver niet. Ook in Gent was hij scoutsaalmoezenier en hij werkte catechese uit voor mensen met een mentale beperking. Hij behield ook de hem zo kenmerkende avontuurlijke geest: hij volgde zelfs lessen valschermspringen!

Naar Congo

Op 16 oktober 1970 ging dan eindelijk zijn missionaire droom in vervulling: hij mocht afreizen naar Congo. Hij was achtereenvolgens actief te Makoro (1970-1983), Niangara (1983-1990), Watsa (1990-1993) en Kinshasa-Limete (1993-1999). Overeenkomstig het woord van Sint Augustinus, “met u ben ik christen” (christianus vobiscum), getuigde hij hierover: “Ik heb er alles beleefd met mijn christenen: lange reizen te voet, honger, ziekte, rode mieren en de pesterijen van de lokale overheid in de bewogen jaren tussen 1972 en 1975. Daar heb ik geleerd dat priesterschap geen functie is maar een staat van de ziel. De catechisten en de oude wijzen in geïsoleerde dorpen hebben me ontdaan van alle pretentie als theoloog of als eerwaarde. Door hun leven te volgen en met mijn Bijbel als oorkussen heb ik het GELOOF ontdekt.”

image

Pater Mando in Congo. © Archief Dominicanen van België en Nederland

Herman Nachtergaele, OP


“De catechisten en de oude wijzen in geïsoleerde dorpen hebben me ontdaan van alle pretentie als theoloog of als eerwaarde. Door hun leven te volgen en met mijn Bijbel als oorkussen heb ik het GELOOF ontdekt.”

Een liefdevolle God

Overeenkomstig het tekstje op de gedachtenisprent van zijn eerste H. Mis, niet te willen heersen maar te dienen, zette Herman zich onverdroten in voor kleinen en armen, levend in de overtuiging dat “Jezus sterker is dan de angst die eenvoudige mensen verlamt”. Aan hen allen heeft hij door zijn zeer diverse apostolaten – catechese en verkondiging, parochiepastoraal en ontwikkelingswerk – een liefdevolle God willen laten zien.

Van 1993 tot 1996 was Mando, zoals hij in Congo gekend was, nog prior van het klooster te Limete. Aangezien dit een studieklooster was (en nog is) had Herman er een heleboel broeders-studenten onder zijn hoede. Hij stond hen bij met raad en daad en zorgde voor het praktische reilen en zeilen van het klooster.

De politieke troebelen in Congo in de jaren negentig zorgden voor mentale vermoeidheid. Daarenboven raakte zijn rechteroog gekwetst in een ongeluk, waardoor hij op termijn blind werd aan die kant. Om terug op krachten te komen verbleef hij van 2000 tot 2003 als aalmoezenier bij de zusters-dominicanessen in Ilanz (Zwitersland). Maar de missionaire microbe liet hem niet los. In 2004 trok hij opnieuw naar Congo, ditmaal naar Kisangani. Net zoals in Kinshasa bekommerde hij zich er om weeskinderen. Om deze zorg meer vaste vorm te geven werd een school opgericht, waarvoor Herman mee de financiën bijeenbracht en die zijn naam draagt: le Collège Père Mando.

image

Lezing van de assignatie van pater Herman naar Antwerpen, juli 2024. © Archief Dominicanen van België en Nederland

Herfsttij van het leven

Sinds 2010 verbleef Herman in het rusthuis te Nukerke (Maarkedal) in de Vlaamse Ardennen, zijn geboortestreek. Fysiek leefde hij dus wat op afstand van zijn medebroeders, maar hij bleef wel ten zeerste betrokken. Er ging geen verjaardag, jubileum of feest voorbij zonder een e-mail met wensen van Mando. Ondanks zijn gedeeltelijke blindheid toonde hij met zijn elektrische rolstoel dat hij nog niets aan zijn kwaliteiten als bestuurder had ingeboet.

In de ochtend van 21 januari, op het feest van de H. Agnes, is hij zachtjes ingeslapen, na aan de verpleegkundigen te hebben laten weten dat hij er klaar voor was. Bij Mando geen angst. Dat nu het Benedictus-antifoon op Sint Agnes’ feest voor hem bewaarheid mag worden:

“Zie, wat ik verlangde, mag ik nu aanschouwen;
wat ik verwachtte, mag ik nu bezitten;
in de hemel ben ik verbonden met Hem
die ik op aarde uit heel mijn hart heb bemind.”

image

Pater Herman temidden zijn novicen, september 1967. © Archief Dominicanen van België en Nederland

De citaten zijn afkomstig uit een interview dat verscheen in L’actualité dominicaine au Zaïre, bulletin de liaison de la famille dominicaine au Zaïre, nr. 1, augustus 1995, naar aanleiding van zijn dertigjarig priesterjubileum.