Op de eerste dag sprak de paus, die net uit het ziekenhuis was ontslagen, over de diepe existentiële eenzaamheid die veel jongeren op dit moment ervaren. De paus riep katholieke scholen, universiteiten en studentenpastoraten op om zich bezinnen op de vraag hoe ze een nieuw ‘thuis’ kunnen bieden.
“Een aanzienlijk aantal jongeren lijkt vandaag verlamd door de angst om fouten te maken, niet goed genoeg te zijn, verkeerd begrepen te worden of niet aan de verwachtingen te kunnen voldoen. We leven in een prestatiegerichte cultuur die mensen voortdurend met elkaar vergelijkt en beoordeelt, soms op een meedogenloze manier. Een verkeerd begrepen meritocratie verliest uiteindelijk het respect voor de mens. Daarom geven velen het al op voordat ze überhaupt een poging hebben gewaagd", zo zei hij.
"Help de jongeren die jullie ontmoeten om vormgevers te worden van een nieuwe manier van samenleven, bouwers aan een menselijkere wereld en aan een rechtvaardigere samenleving. Moed groeit vanuit een verbond van vertrouwen: vanuit de ervaring dat iemand in je gelooft, nog voordat je zelf in jezelf gelooft. Jezus koos de twaalf apostelen niet omdat zij moedig waren; Hij riep hen en stelde hen door Zijn vertrouwen in staat om moedig te worden.”