Article header background
Terug naar overzicht

Dorry de Beijer

image

Lisamaria Meirowsky (1904-1942)

Lekendominicaan Lisamaria Meirowsky werd in 1942 opgepakt, samen met honderden andere katholieke joden, en naar Auschwitz gedeporteerd. Dorry de Beijer, ook lekendominicaan, wist iets van haar verhaal boven water te krijgen. 'Ik ga met moed, vertrouwen en vreugde.’

image

De struikelsteen voor Lisamaria Meirowsky (1904-1942) op het terrein van het voormalige trappistinnenklooster Koningsoord in Berkel-Enschot.

Op zondag 2 augustus 1942 pakken de nazi’s door heel Nederland ongeveer 250 katholieke joden op. Een represaille vanwege een herderlijke brief die een week eerder in protestantse en katholieke kerken was voorgelezen als protest tegen de deportaties van joden. Het merendeel - gemengd gehuwde katholieke joden - komt snel weer vrij; ca. 85 mannen, vrouwen en kinderen worden naar Westerbork gebracht. Onder hen de karmelietes Edith Stein en haar zus Rosa, lid van de derde orde van de Karmel, en zuster Judith de Mendes Costa, dominicanes van Voorschoten.

Zuster Judith wordt op 15 augustus uit Westerbork vrijgelaten omdat ze vier Portugees-joodse voorouders heeft. Veel minder bekend is dat ook een lekendominicanes wordt opgepakt, Lisamaria Meirowsky. Dat gebeurt in abdij Koningsoord in Berkel-Enschot, samen met twee joodse trappistinnen, de zussen Lien en Door Löb.

Het is nog niet zo eenvoudig om informatie over Lisamaria Meirowsky te vinden. Op haar spoor gezet door Peter Wols o.p. speur ik internet af. Maar de info is beperkt, soms onjuist en tegenstrijdig. De enige dominicaanse site waarop ik iets vind is die van het tijdschrift Logos, aflevering 5 (2010)1, van het Providence College in Providence, USA. Geregeld wordt verwezen naar publicaties van Paul Hamans, kerkhistoricus en priester van Roermond. Zoals het boek Getuigen voor Christus, van de Nationale Raad voor Liturgie, dat een biografie bevat èn een foto. Ook het boek Scheuren in het kleed, van Peter Steffen en Hans Evers, over het joods-katholieke gezin Löb, biedt betrouwbare informatie.

Lisamaria Meirowsky


“Is ons lijden ook wat groter geworden, de ontvangen genade van God is dubbel zo groot en een heerlijke kroon is ons bereid in de hemel.”

In vaders voetsporen

Lisamaria Meirowsky wordt in 1904 geboren in een welgesteld, niet-praktiserend joods gezin in de Pruisische stad Graudenz (nu Polen). Het gezin verhuist vier jaar later naar Keulen, waar vader Emil werkzaam wordt als dermatoloog. Lisamaria treedt in haar vaders voetsporen en gaat in 1923 medicijnen studeren in Bonn. Zij overweegt katholiek te worden, maar houdt twijfels.

Na haar promotie begin 1933 wordt zij ernstig ziek. Misschien heeft zij haar genezing beschouwd als een goddelijk ingrijpen, want later dat jaar, op 15 oktober (feestdag van Teresa van Avila), laat zij zich dopen. Haar carrière aan de universiteit van München wordt al snel door de nazi’s gedwarsboomd.

Lisamaria vertrekt naar Rome, waar ze opnieuw promoveert. Daar leert ze Duitse Franziskus Stratmann o.p. kennen, gevlucht vanwege zijn kritiek op de nazi’s. Hij wordt haar geestelijk begeleider en hoopt samen met haar een nieuwe congregatie te stichten. In de cel bij Santa Sabina waarin Dominicus woonde, treedt Lisamaria in 1935 in als derdeordeling. Ze ontvangt de naam Maria Magdalena Dominica. Als de nieuwe congregatie niet van de grond komt, vertrekken beiden in 1938 naar Utrecht om het katholieke comité voor gevluchte (katholieke) joden te helpen.

image

Indrukwekkende brief

Als in juli 1940 het bestuur van dit comité door de bezetter wordt gearresteerd, zoekt Lisamaria haar toevlucht bij de Trappistinnen in Berkel-Enschot. Waarom juist daar is mij niet bekend. Ze duikt niet onder, maar woont en werkt in het poortgebouw als zuster portier en arts. Na haar arrestatie leert ze in Westerbork zuster Judith kennen. Als ze op 6 augustus (feest van de Transfiguratie) hoort dat ze op transport moet ‘naar het Oosten’, schrijft Lisamaria een indrukwekkende brief aan pater Frehe o.p. (+1967), haar vroegere biechtvader in Utrecht, èn eerder die van zuster Judith:

‘Ik weet, goede Pater, dat U in alles en met ons allen meeleeft. (…) Juist daarom wil ik u een laatste groet zenden en U zeggen dat ik vol vertrouwen ben en geheel overgegeven aan Gods H. Wil. Meer nog: ik beschouw het als een genade en een uitverkiezing onder deze omstandigheden weg te moeten en zo borg te staan voor het woord van onze Vaders en Herders in Christus.

Is ons lijden ook wat groter geworden, de ontvangen genade van God is dubbel zo groot en een heerlijke kroon is ons bereid in de hemel. Verheugt u met mij – ik ga met moed, vertrouwen en vreugde – zo ook de religieuzen die met mij samen zijn – wij mogen getuigenis afleggen voor Jezus en met onze bisschoppen getuigen voor de Waarheid. Het opofferen voor de bekering van velen, voor de joden, voor hen die ons vervolgen, en zo bovenal bijdragen voor de vrede in het Rijk van Christus.

Voor het geval ik het niet meer overleef, wilt u wel de goedheid hebben later aan mijn geliefde ouders en broers te schrijven en hun te zeggen dat het offer van mijn leven voor hen was. (...) Nu hebben wij niet eens de H. Mis en de H. Communie, dat is nog het ergste. Maar als Jezus het niet wil, wil ik het ook niet. Hij woont in ons hart en gaat met ons mee om ons kracht te geven. Hij is mijn sterkte en mijn vrede. Zodra ik weer iets kan schrijven, hoort u iets.’

Sterfdatum

Lisamaria vertrekt met de zusters Stein en Löb en tientallen andere katholieke joden in de vroege morgen van 7 augustus naar Auschwitz. Meestal wordt aangenomen dat zij direct bij aankomst op 9 augustus in de gaskamers wordt omgebracht, maar zeker is dat niet. De Nederlandsche Staatscourant van 17 april 1950 geeft 30 september als datum, in navolging van het Informatiebureau van het Rode Kruis, dat belast was met het verzamelen van gegevens. Nu is die datum - de laatste dag van het derde kwartaal - vooral juridisch bedoeld. Het betekent niet dat Lisamaria ook daadwerkelijk die dag gestorven is. Maar wel dat er aanwijzingen waren dat zij – en vele anderen voor wie 30 september als sterfdatum wordt aangehouden - bij aankomst in het kamp te werk is gesteld. Aanwijzingen, maar geen bewijzen: een definitieve sterfdatum zullen we voor Lisamaria Meirowsky nooit weten. Maar belangrijker is dat wij haar leven en sterven in ere houden.

Het aartsbisdom Keulen roept in 2014 Lisamaria uit tot martelares voor het geloof. In mei dat jaar wordt voor haar ouderlijk huis in Keulen in het trottoir een zogenaamde Stolperstein (Struikelsteen) gelegd, in maart 2015 gevolgd door een voor haar vader, Emil Meirowsky (+1960). Op het terrein van het voormalige trappistinnenklooster Koningsoord in Berkel-Enschot werd op 29 juni 2026 ook een struikelsteen voor Lisamaria Meirowsky gelegd. De Stolpersteine zijn een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig ter herinnering aan slachtoffers van het nazisme.

Bronnen:

P. Hamans (eindred.) m.m.v. G. Mesters, Getuigen voor Christus, rooms-katholieke bloedgetuigen uit Nederland in de twintigste eeuw, Nationale Raad voor de Liturgie, Den Bosch, 2008, p. 507-634.

Peter Steffen en Hans Evers, Scheuren in het kleed. Het joods-katholieke gezin Löb 1881-1945. Valkhofpers, Nijmegen, 2009.