Article header background
Terug naar overzicht
Marc Christiaens
image

Drievuldigheidszondag

“De elf leerlingen trokken naar Galilea, naar de berg die de verrezen Jezus hun had aangewezen”. Waarom moesten ze weg uit Jeruzalem? Waarom terug naar dat verre heidense Galilea? Waarom naar een berg? En welke berg had Jezus aangewezen?

Het klinkt allemaal wat vaag en vreemd in onze oren. Maar voor de leerlingen ging er bij het horen van het woordje ‘berg’ een belletje rinkelen. Voor hen is dit een woord met een symbolische lading. De berg is de plaats waar God zijn geboden aan Mozes overhandigde; het is de plaats waar Jezus zijn ‘Bergrede’, zeg maar zijn ‘programmaverklaring’ uitsprak; de plaats ook waar Jezus de mensen leerde hoe zij brood kunnen delen, zó dat ieder genoeg krijgt en er zelfs nog overschot is; de plaats waar Jezus een glimp van zijn heerlijkheid liet zien; de plaats waar Jezus’ kruis stond geplant. Een berg is voor de leerlingen een hoogheilige plaats, een plaats van openbaring. Daar zal de verrezen Jezus in hun midden zijn.

“Toen zij Hem zagen, vielen ze op de knieën; sommigen twijfelden.” “Jezus kwam op hen toe”. Zo ging dat dus: zij die geloven ondanks aarzeling en twijfel, gaan toch in op Jezus’ uitnodiging om samen te komen. En dan zegt Jezus: “Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest”.

Als Jezus Gods drievoudige naam noemt, dan leert ons dat niet zoveel over God zelf. Inzicht in wie God is, gaat nu eenmaal ons mensenverstand te boven. Vader, Zoon en Geest is geen verhaal over 1 = 3, geen pure Gods zaak, maar een drievoudig kijk op de relatie tussen God en de mens, op de relatie tussen God en zijn mensen, zijn Kerk.

Wie God als Vader erkent, erkent zichzelf als zijn kind, erkent zichzelf ontvangen te hebben uit Gods hand. Als Jezus leert dat God ‘onze Vader’ is, dan is zijn boodschap: God is de persoonlijke oor¬sprong van elke mens. Aan die oorsprong ontleent elkeen zijn/haar mens-zijn. We komen alle¬maal gelijkelijk uit Gods hand, uit Gods hart. Voor Hem tellen alle mensen gelijk omdat ze allemaal een stukje van Hemzelf zijn.

Dat besef legt tegelijk onze zwakke plek bloot: voor ons zijn mensen lang niet altijd gelijk. Het vader¬schap van God veroordeelt elke vorm van egoïsme, per¬soonlijk egoïsme zowel als groepsegoïsme, zowel ‘mijn kind schoon kind’, als ‘eigen volk eerst’. Als mensen elkaar zoveel onrecht aandoen, is dat alleen maar te verklaren omdat we de idee van Gods vaderschap onvoldoende tot ons laten doordringen.

Marc Cristiaens OP

dominicaan

“Wie God als Vader erkent, erkent zichzelf als zijn kind, erkent zichzelf ontvangen te hebben uit Gods hand.”

En dan is er Gods tweede naam: Zoon. In de proloog van zijn evangelie schrijft Johannes dat in de Zoon de hele schepping herschapen werd, 'kroost' van God geworden is. Dat is dan de tweede manier waarop de mens¬heid bij elkaar gehouden wordt. In Jezus zijn wij dus tot samen-zijn geschapen. We horen bij elkaar. We zullen onszelf alleen maar vinden als wij die samenhang in ons leven waarma¬ken. Maar dat lukt niet zomaar. Dat lukt als we ervan uitgaan dat wij, in de herscheppende kracht van Gods Zoon, samen met de rest van de schepping, Gods kroost vormen. En het gaat hierbij niet alleen om respect voor mensen, voor plant en dier, lucht en water; het gaat ook en vooral over rechten - en over de daaraan corresponde¬rende plichten - gefundeerd in onze gezamenlijke goddelijke afkomst.

En dan is er de heilige Geest die leven geeft. Hij is de levensdynamiek die in elke mens schuilt en werkt. God die, aldus het scheppingsverhaal, zijn levensadem, zijn Geest in de neus van de mens heeft geblazen en hem zo tot leven heeft gewekt. De Geest die zich in Jezus zo helder onder ons manifesteerde. De spirit die sinds Pinksteren de Jezusmentaliteit onder ons levendig houdt. De Geest die ons op die manier ook weer met iedereen en alles geestelijk en lijfelijk verbindt.

Geen wonder dat Jezus, toen Hij die woorden ‘Vader’, ‘Zoon’ en ‘Geest’ tot zijn leerlingen uitsprak, daaraan een opdracht vastknoopte: "Ga en maak alle volkeren tot leerling", niet alleen door dit alles aan iedereen over alle generaties heen bekend te maken, maar ook "Leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb". Leer hun de consequenties kennen en aanvaarden van het feit dat alle mensen, over alle grenzen heen, in de Vader, de Zoon en de Geest, één zijn door goddelijke afkomst, één zijn als kroost Gods, één zijn omdat wij allen leven dank zij Gods Levensgeest.