Article header background
Terug naar overzicht
Jan Degraeuwe
image

Achtentwintigste zondag door het jaar

Een uitnodiging voor iedereen

image

Dan Holsinger, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

“Toen ze Jeruzalem naderden”, zo begint hoofdstuk 21 van het evangelie van Matteüs. Jezus komt aan in de iconische stad. Hij wordt er enthousiast ontvangen, maar botst er heftig met de religieuze leiders. In de tempel houdt Hij grote kuis en geneest blinden en verlamden. Overal klinkt “Hosanna voor de Zoon van David”. De hogepriesters en schriftgeleerden zijn verontwaardigd en nemen aanstoot aan die lofzang. Jezus gooit nog olie op het vuur en lacht hen uit door te vragen of ze het psalmvers “Door de mond van kinderen en zuigelingen hebt U zich lof laten toezingen” dan niet kennen.

Jezus is teleurgesteld in de religieuze leiders. Dit wordt heel plastisch uitgebeeld in het korte verhaal van de vijgenboom: “Toen Hij vroeg in de morgen naar de stad terugkeerde, kreeg Hij honger. Langs de weg zag Hij een vijgenboom staan. Hij liep ernaartoe, maar er zaten alleen maar bladeren aan. Daarop zei Hij tegen de boom: ‘Nooit ofte nimmer zul je meer vrucht dragen!’ Ogenblikkelijk verdorde de vijgenboom.” Met zijn bladeren ziet de vijgenboom er nog wel mooi uit, maar hij draagt geen vruchten. Ondanks zijn bladeren is hij eigenlijk dood. Door de boom te doen verdorren maakt Jezus de ware aard van de vijgenboom voor iedereen duidelijk. Uiteraard is de vijgenboom een beeld voor de tempel met zijn leiders.

Als de religieuze elite in Jeruzalem een dode boom is, wie zijn dan de bomen die wel vrucht dragen?

Jezus kondigt het koninkrijk van de hemel aan en nodigt iedereen uit om Hem hierin te volgen, maar Hij stoot op onbegrip, afwijzing en vijandschap.

image

© Dominicains de Belgique et des Pays-Bas

Zijn verdriet hierover spreekt Hij uit in een parabel over een koning die voor zijn zoon een bruiloftsfeest organiseert. Het is een allegorie met verwijzingen naar wat Hij meemaakte sinds Hij in Jeruzalem is: enthousiast onthaal door het volk, maar scherpe afwijzing door de religieuze leiders. Om de parabel kleur te geven en het betoog kracht bij te zetten, laat Matteüs de koning tot tweemaal toe in woede uitbarsten.

Zou je het willen meemaken?

Je organiseert een feest en op al je uitnodigingen krijg je een negatieve reactie. Op een eerste uitnodiging komt het antwoord: “Ik kom niet.” Een tweede uitnodiging met een woordje uitleg over het menu – “Ik heb het feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!” - wordt genegeerd. Zonder er zich om te bekommeren, gaan de genodigden weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. De genodigden vinden het niet belangrijk om deel te nemen. Ze willen hun zaakjes niet onderbreken voor het feestmaal, hun ‘business’ is belangrijker. Als we terugkijken naar wat voorafging in Jeruzalem verbeelden deze weigeraars de religieuze leiders. Matteüs last dan een wreed intermezzo in. Sommige genodigden vermoorden de dienaars van de koning, hiermee verwijst hij naar de profeten en Johannes de doper. Jezus is in dezelfde situatie als Johannes, de mensen juichen Hem toe, maar de leiders aanvaarden Hem niet en zoeken naar een manier om Hem te elimineren. Johannes is al onthoofd door Herodes, Jezus vreest hetzelfde lot te ondergaan. Kunnen zo’n misdaden ongestraft blijven? Matteüs laat de koning een strafexpeditie uitvoeren: “Hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken.” Hierna krijgt de parabel een hoopvolle wending. Iedereen wordt nu uitgenodigd. De dienaren gaan de straat op en alle mensen die ze tegenkomen worden uitgenodigd, zowel goede als slechte. Hieruit spreekt een enorme gastvrijheid.

Matteüs geeft dan weer een vreemde wending aan het verhaal. Wie is toch die ene man die geen bruiloftskleed draagt? Waarom verwijt de koning hem dat, terwijl hij hem aanspreekt met “Vriend”? Van de tweede groep genodigden kan je toch niet verwachten dat ze bruiloftskleren in de kast hebben hangen. Ontsteekt de koning in woede omdat de man blijft zwijgen?

Misschien is alleen maar aan tafel zitten onvoldoende, de gulle uitnodiging vraagt om antwoord.

Het bruiloftskleed zou het teken kunnen zijn dat je er echt bij wil horen en gemeenschap wil vormen. Sommige commentatoren opperen dat het bruiloftskleed staat voor het doopkleed. Door de doop laat je het oude leven achter je en begin je een nieuw leven. Het bruiloftskleed aantrekken betekent dat je als een goede vijgenboom niet alleen bladeren maar ook vruchten wil dragen.

Jezus vraagt om Hem niet alleen met woorden, maar ook met daden te volgen.

image

Het huwelijk van Joachim en Anna, detail van een middeleeuws geborduurd kazuifel, Burrell-collectie in Glasgow © Lawrence Lew, OP