Verschillende jaren kwam elke lente een grauwe vliegenvanger vanuit Afrika op Filosofenfontein zijn nestje maken. Elke keer aan de tweede pilaar op de buis van de verwarming. Dat deed zij 4 jaar en toen was alles voorbij. Het is maar één van de vele raadsels die ik in de natuur zie. Hoe vond dat diertje over zo’n grote afstand elk jaar de weg naar deze specifieke plek? Zat er een doelgerichtheid in, een soort van natuurlijke gps, om te overleven of was het toeval? Toen deze zomer de warmte en de verdamping te sterk werden, lieten bomen uit zelfverdediging hun bladeren verdorren. In een periode dat ze bedreigd worden krijgen dieren meer jongen dan daarvoor zodat de soort toch blijft voortbestaan. Ik krijg de indruk dat in de natuur een grote logica heerst, een soort van planmatigheid om het grote doel te bereiken: overleven.
Aristoteles sprak over de phusis, de geheimvolle, diepe kracht in de natuur die we in diep respect moeten behoeden. In het Latijn werd phusis vertaald als ‘fysica’ en ontstond later een wetenschap die de natuur kon doorgronden en beheersen. Vandaag zijn we ons beter bewust van de twee betekenissen en weten we dat boven kennis en kunde er een ongrijpbare kracht is die alles, ook de mens, doordrenkt.
De stilte die zich nu van de natuur meester maakt en haar van bruisend leven doet kantelen naar rust en wachten op een nieuw leven is daarom de uitgelezen sfeer om ook onze doden te gedenken.
Zijn ook zij opgenomen in dat grote plan van geboorte, leven, sterven en leven doorgeven? Of eindigt hun leven in een zwijgend verstarren? Is ons gedenken van hen een krampachtig vasthouden van wat noodzakelijk ontglipt of raken we aan een dimensie die alles overstijgend is?