Article header background
Terug naar overzicht
Erik Borgman
image

Aswoensdag

Als je vast, zalf je hoofd

image

© Lawrence Lew, OP

Het is een vreemde zin

Als je vast’, zegt Jezus, ‘zalf dan je hoofd en was je gezicht’ (Mt. 6.27). Hij legt uit dat de bedoeling is dat op deze manier niet opvalt dat je vast, maar het gaat om meer. Jezus spoort niet aan zo onopvallend mogelijk te handelen. Dat je niet teveel aandacht aan het uiterlijk moet besteden lijkt eerder de boodschap van de lezing van de profeet Joël (2,13): ‘Scheur je hart, niet je kleren’, want het gaat niet om het uiterlijk, maar om het innerlijk. Jezus gaat een verder. Hij suggereert dat het goed is als we ons als wij vasten extra verzorgen. Parfum, mooie kleren. Alsof wij naar een feest gaan.

Dat is een verrassende inzet. In Jezus’ visie is vasten blijkbaar niet in de eerste plaats ergens vanaf zien waar je liever van zou afzien. Dan zou het logisch zijn somber te zijn en treurig te kijken.

Vasten betekent dat je ergens naar terugkeert dat je dierbaar is – en meer dan dierbaar! Het is terugkeer naar wat het leven werkelijk goed maakt.

De profeet Joël (2,17) raadt ons aan om te huilen en te rouwen. Niet om wat we ons tijdens het vasten gaan ontzeggen, maar uit verdriet om wat we ons realiseren al een tijd onszelf te hebben ontzegd. Vasten is zowel de uitdrukking van de rouw als de manier om naar het betreurde terug te eren.

image

© Pexels - Tom Swinnen

Onze veertigdagentijd is een symbolische herhaling

van de tocht van het Joodse volk door de woestijn, die veertig jaar duurde. Deze tijd in de woestijn was een periode van soberheid. Eerst is er regelrechte schaarste: geen water, geen voedsel. God geeft vervolgens water (Ex.17,1-8), brood – manna – en vlees in de vorm van kwartels (Ex. 16,1-36). Maar het is steeds precies genoeg. Dit in tegenstelling tot in het land waar God het volk heenleidt: dat is een land ‘dat overvloeit van melk en houding’. Maar de overvloed doet vergeten dat het God is die uiteindelijk eten, drinken en beschutting geeft en de bron is van vruchtbaarheid, groeikracht en oogst. De verleiding ontstaat om almaar meer te willen en te gaan geloven in rijkdom en macht. Alles wordt op alles gezet om die te veroveren en te handhaven. Er ontstaan er nieuwe vormen van onderdrukking en slavernij.

Tegen deze achtergrond schilderde de profeet Hosea de tijd in de woestijn af als wittebroodsweken. Het volk leefde van de nabijheid van God, wist zich geliefd en had daar genoeg aan. In naam van God belooft de profeet Hosea (2,16) daarom het volk opnieuw in de woestijn te brengen en tot haar hart te spreken. Het volk zal God opnieuw ‘mijn man’ noemen (vers 18) en God belooft het volk te nemen ‘als mijn bruid voor altijd, als mijn bruid in recht en gerechtigheid, in goedheid en mededogen’ (vers 21). Een tweede huwelijksreis, een hernieuwing van de huwelijksbelofte, het opnieuw aanblazen van de liefde: dat is waar de soberheid van de woestijn voor staat. Vasten is ervoor bedoeld in deze zin de woestijn in te trekken. Uitgenodigd door God, maar als vrij antwoord: ja, ik wil!

Daarbij een somber, vertrokken gezicht tonen, is dan misplaatst. Dan vind je al die liefdespartners die je niet kiest blijkbaar een verlies en aarzel je of dat wel opweegt tegen het winnen van die Ene. Dat is niet werkelijk de woestijn intrekken om opnieuw je hart te laten veroveren, dat is en blijft halfhartig. In plaats daarvan worden we door Jezus aangespoord ons zonder terughoudendheid te richten op die ene partner die vanuit het verborgene ons leven draagt en betekenis geeft. Kom tevoorschijn in zijn licht, zoals een bruidegom zijn kamer verlaat en de bruid haar bruidsvertrek. Opgesmukt en in feestkledij om uitbundig bruiloft te vieren.

De opsmuk heeft vandaag nog de gestalte van zijn tegendeel. Met Pasen zal Jezus als eerstgeborene van Gods nieuwe volk in glorie verschijnen. Wij maken tijdens de veertig dagen op weg naar Pasen ruimte voor deze glorie, die uiteindelijk ook over ons zal opgaan. Om die ruimte te maken vasten we van wat wel glorie lijkt, maar het uiteindelijk niet werkelijk is. We laten ons vandaag, aan het begin van die veertig dagen tekenen met as en laten ons aanzeggen dat wij het ware leven alleen vinden in het evangelie dat Jezus verkondigt. Alles wat we nu zijn en hebben is uit stof gemaakt en zal tot stof terugkeren, opdat wij uit dat stof nieuw zullen opstaan, met God verzoend (vgl. 2 Kor. 5,20). Geloof in, hoop op en liefde voor zijn weg, zijn waarheid en zijn leven zullen dan de zalf zijn waarmee ons hoofd wordt gezalfd.

image

© Pixabay