Iedere keer als ik het verhaal van de Emmaüsgangers hoor, moet ik denken aan het schilderij van Fritz von Uhde ‘Op weg naar Emmaüs’. Ergens herken ik iets van mezelf in een van de twee figuren. Ik zie mezelf vanuit het drukke leven in Rotterdam en Den Haag aankomen op het stille Noordereiland dat midden in de grote rivier de Maas ligt. Ik ga daar op bezoek bij een vriendin voor wie het verhaal van de Emmaüsgangers haar lievelingsverhaal was. 'Was', want ze overleed afgelopen najaar. Ze leefde in stilte, dacht veel na, piekerde ook, had een behoorlijk 'rugzakje', maar wat mij altijd trof, was het perspectief dat ze in alledaagse dingen zag, haar bijzondere opmerkzame gave en hoezeer ze met anderen mee kon leven.
Terug naar de Emmaüsgangers, die het drukke Jeruzalem achter zich hebben gelaten en vól zijn van wat daar gebeurd is. De afgelopen twee dagen moeten een ware emotionele rollercoaster voor de twee mannen zijn geweest. En deze – derde – dag keren ze in verwarring terug naar hun huis in Emmaüs. Ik stel me zo voor, dat ze in al hun ontsteltenis hongerig al het nieuws hebben verzameld dat ze konden vinden: over de martelende kruisgang, de dood van Jezus en nu de verhalen over zijn opstanding. Overtuigd dat zij op de hoogte zijn van het meest actuele nieuws en dat de hele wereld ervan gehoord heeft, verbazen ze zich erover dat de vreemdeling, die ze tegenkomen – en die nota bene uit Jeruzalem komt – van niks lijkt te weten. Je hoort de vertwijfeling in hun stem: “Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd? Hoe verbluft zullen ze zijn geweest dat ze vervolgens door deze vreemdeling domheid verweten worden: