Gelukkig is Jezus zijn samenvatting van Gods geboden, dat ene woordje waar alles aan ophangt, niet vergeten: liefde. Hij slaagt daarmee glansrijk voor het examen waaraan de Farizeeën Hem – zelfs onaangekondigd – onderwerpen. Die proef was trouwens niet bedoeld om samen met Hem de Bijbel nog beter te doorgronden, maar om Hem te kunnen vangen. Het tegengestelde van liefde dus.
En wat houdt dat ene kernwoord dan in? Hoe krijgt liefde vorm? Volgens Jezus breekt liefde uiteen in drie krachten, drie liefdes, die gelijkelijk aan ons trekken en die van ons uit gaan: God, je naaste, jezelf.
Zoals licht doorheen een prisma in kleuren uiteen breekt, zo breekt liefde uiteen in drie kleuren, drie mogelijkheden in onszelf, drie strevingen: Heb God lief met alles wat je in je hebt, en je naaste als jezelf.
Tussen die drie liefdes speelt heel de dynamiek van ons leven zich af. Wat is voor jou de makkelijkste liefde? Die tot jezelf misschien? Sommige mensen kunnen opvallend makkelijk mild zijn voor zichzelf, hebben geen probleem met het aanzien van eigen fouten. Anderen hebben juist geen enkel probleem met het begrijpen en vergeven van hun medemensen. En nog weer anderen vinden vooral rust en vrede in de inkeer, het gebed. Wellicht herkennen we die drie liefdes in onszelf en is ieder van ons vooral een mix van alle drie.
Ons leven speelt zich af ergens tussen die drie polen: het vormt de dynamiek van ons gelovig leven. In sommige levensfasen hebben we het vooral moeilijk met onszelf, in andere met onze medemens, in nog andere met God. Steeds zoeken we naar balans en proberen we de drie ballen als een jongleur in de lucht te houden. Eén van de drie liefdes zal steeds onze leidraad in het leven zijn, maar de twee andere blijven zich op de achtergrond roeren en geven ons leven richting en zin.