Article header background
Terug naar overzicht
Jan van Hooydonk
image

Doop van de Heer

Afdalen en opstijgen: dat is ook de weg die de gemeente, die elke gelovige gaat.

image

Jordaan rivier ©Chmee2, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons

Het evangelie voert ons vandaag naar de rivier de Jordaan. Reeds in het Oude Testament neemt de Jordaan een bijzondere plaats in. De Jordaan vormt daar de grensrivier tussen het land van de ‘heidenen’ en het land dat door de Eeuwige is beloofd aan wie zijn geboden onderhouden. Het joodse volk is ooit samen met de Ark des Verbonds – teken van Gods aanwezigheid – droogvoets door de Jordaan heen getrokken. Ze daalden in de rivier af en stegen daaruit weer op, zo vertelt het Bijbelboek Jozua. Zo bereikten ze na een tocht van veertig jaar het Beloofde Land. De Jordaan markeert in de verbeelding van het Oude Testament de grens tussen dood en leven. Het is op deze plek dat Jezus door Johannes wordt gedoopt en aan ons verschijnt als geliefde Zoon in wie God vreugde vindt.Op de grens van dood en leven dus.

Afdalen en opstijgen:

dat is de weg die het joodse volk volgens het Oude Testament is gegaan, door de dood heen naar het leven. Kón Jezus een andere weg gaan dan zijn volk? Wílde hij een andere weg gaan? Johannes de Doper worstelt kennelijk met deze vragen. Hij stribbelt immers tegen; hij wil Jezus aanvankelijk niet dopen, vindt dat het eerder zo moet zijn dat Jezus hém doopt. Maar Jezus antwoordt: “Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen.

Jezus kon noch wilde een andere weg gaan dan zijn volk.

Het ging hem immers niet om zijn eigen hachje of zielenheil, maar om een nieuwe wereld voor allen. In Jezus’ doop worden de Schriften vervuld. Ook zijn leven is daarom een afdalen en opstijgen, door de dood heen naar het leven.

image

Glasraam in de kathedraal van Salisbury(UK) © Lawrence Lew, OP

Jezus’ leven was afdalen.

Dat vierden we met Kerstmis. God, ‘van alzo hoge, van alzo veer’, daalt neer en neemt de gestalte aan van een kwetsbaar mens. God daalt af in onze wereld – een wereld vol van dood, vol ook van schuld en lijden. Jezus’ doop is een teken van zijn vereenzelviging met ons die leven en sterven in deze wereld. Juist omdat hij zelf zonder zonden is, is hij in staat volkomen solidair te zijn met de zondaren, met ons dus. Hij laat zich dopen, niet omdat hijzelf dat nodig heeft, maar omdat wij dat nodig hebben.

Jezus’ leven was opstijgen.

Pasen klinkt vandaag reeds door. God zelf heeft de doop van Jezus bevestigd, zo hoorden we in het evangelie. Jezus gaat kopje onder in het water van de Jordaan: beeld van de doortocht van het joodse volk en van zijn eigen dood. Jezus stijgt weer uit het water op en komt weer op het droge: beeld van de intocht van het volk en van zijn opstanding, van zijn verrijzenis.

De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren”, zo begint het scheppingsverhaal in het boek Genesis. Vandaag zweeft de Geest opnieuw over het water. Waarmee gezegd wil zijn: vandaag begint een nieuwe schepping. Jezus komt uit het water omhoog en de Geest van God daalt als een duif op hem neer. En dan klinkt die stem ‘van alzo hoge, van alzo veer’, die zegt: "Dit is mijn geliefde Zoon, in wie ik vreugde vind." Bevestiging van Godswege van de weg die Jezus in zijn aardse levensweg zal gaan: opstijgen tot de hoogte van God.

image

© Lawrence Lew, OP

Afdalen en opstijgen: dat is ook de weg die de gemeente, die elke gelovige gaat.

Ons leven, persoonlijk en collectief, veronderstelt afdalen, afdalen van onze hoge troon van eigenbelang en eigendunk. De wereld en onze opdracht daarin niet ontvluchten. Onze verantwoordelijkheid voor medemensen aanvaarden.

Hoe dan wel? Hoe doe je dat? De profeet Jezus houdt ons het voorbeeld voor van de stille, zachtmoedige en barmhartige ‘dienaar van de Heer’.

Vrijheid van meningsuiting is voor menigeen een vrijbrief geworden om van alles en nog wat te roepen. Maar voor de dienaren en dienaressen des Heren geldt: bevrijd je van je eigen gelijk. Schreeuw dus niet, zegt Jesaja, hef geen spreekkoren tegen anderen aan en verhef niet je stem alsof jij de enige bent die over waarheid zou beschikken. Mensen wier leven toch al aan duigen ligt, mensen die het in de samenleving toch al niet getroffen hebben, krijgen vaak nog een douw na. Maar, zegt Jesaja, zo zou het bij ons niet moeten zijn: je moet alles doen om het riet dat geknakt is, weer rechtop te helpen. En ook: doof de kwijnende vlam nimmer, want het is een wandaad om je naaste te beroven van zijn laatste restje aan hoop en menselijke waardigheid.

Door zo te leven, in het voetspoor van Jezus, ontsteken wij een licht in de duisternis, de duisternis van onszelf en anderen. Dit is wat Jezus met zijn leven en sterven voor ons deed en wat ons ook in het verhaal over zijn doop als reële toekomstmogelijkheid voorgehouden wordt:

afdalen in de Jordaan, solidair met onze medemensen, om zo op te stijgen tot onze bestemming: geliefde zoon, geliefde dochter in wie God vreugde vindt.