Jezus werd tot in zijn ingewanden beroerd toen hij de vele mensen zag die uitgeput en hulpeloos waren. Deze ontroering was een drijfveer in zijn leven. Zijn ontmoetingen met vermoeide, machteloze en de gestruikelde mensen moeten grote indruk hebben nagelaten. Daarom aarzelt Matteüs niet om zelfs de wonderen van de Messias op Jezus toe te passen : Blinden schenkt hij perspectief. Doven kunnen de bevrijdende boodschap van God horen. Verlamden staan op.
Van deze messiaanse barmhartigheid getuigen ook Jezus’ medestanders. Hoewel zij geen dokters of therapeuten zijn, worden zij uitgestuurd naar ‘de verloren schapen’. Hoewel zij maar met twaalf zijn, is de oogst opmerkelijk. Zij lopen immers niet weg van zieken en vermoeiden maar ontmoeten hen en zijn hen nabij. Zij genezen en ondersteunen hen, laten hen opnieuw perspectief ontdekken. En dit allemaal gratis.
De tegenstelling met andere religieuze groepen is opvallend. Tegenover de farizeeërs verdedigen zij hun omgang met tollenaars en zondaars: “Gezonde mensen hebben geen dokters nodig, maar zieken wel.” Bovendien gedragen zij zich helemaal anders dan de ‘zuivere’ essenen die verlamden, kreupelen, blinden en stommen discrimineren.
Deze Jezusbeweging reageert dus fel tegen elke religieuze groepering die door afzondering en selectie een zuivere Godsgemeente wil zijn, terwijl ze de massa aan haar lot overlaat.