Article header background
Terug naar overzicht
Anneke Grunder
image

Hemelvaart van de Heer

Opgenomen

image

© Dominicanen van België en de Nederlanden

Vandaag is het veertig dagen geleden dat we Pasen vierden. En dat doen we nog steeds, op weg naar Pinksteren, want Pasen is niet zoiets als een knop omzetten,het donker van Goede Vrijdag voorbij, het licht van Pasen in volle glorie aanwezig. Mensen die een verlies geleden hebben weten tot in hun diepste vezels dat het zo niet werkt.

Pasen, de terugkeer van het licht en leven, is een langzaam en kwetsbaar proces. Het is de ontdekkingsreis over de vraag wat Jezus, de gekruisigde, de gestorvene, in ons leven betekent.

Veertig dagen duurt die reis, net zolang als Jezus verblijf in de woestijn, voor hij zijn zending begon.
Dat land van verdriet en verlatenheid, overgangsgebied tussen doodsland en land van belofte moeten ook de leerlingen door, moet ieder van ons soms door.

Op de weg van Pasen naar Pinksteren wisselen bij de leerlingen verlatenheid en de ervaring van Jezus’ levende nabijheid elkaar af, maar langzaam wint de laatste aan kracht. Tot ze na veertig dagen - een volledige rouwperiode - tot rijpheid is gekomen. Ze hebben Jezus, als hun Messias en richtingwijzer in hun leven ‘opgenomen’, hun leven is van hem vervuld. Hij kan dan gaan.
Als afsluiting van dit proces geeft het boek Handelingen ons dat prachtige verhaal van Jezus’ hemelvaart, dat tevens een nieuw begin inluidt. Het maakt de leerlingen tot apostelen, tot gezonden. Kijkt u met mij mee!

De leerlingen zijn er getuigen van hoe Jezus, weer op een berg, door een wolk wordt opgenomen en zo aan hun ogen wordt onttrokken.
In dat beeld klinken zoveel verhalen mee:
in een wolk reist de Eeuwige op met het Joodse volk,
in een wolk op de berg ontmoet Mozes de Allerhoogste
in een wolk op de berg spreekt een stem die Jezus de naam geeft:‘ Mijn Zoon, mijn veelgeliefde’

Op een berg, daar waar wij de gewone dingen ontstijgen, komt de Eeuwige tot ons in een wolk, verhuld dus. Die wolk is beeld van zijn gecondenseerde scheppende adem. Daarin overbrugt de Levende hemel en aarde en komt Hij ons rakelings nabij.

In die wolk, zijn levensadem, neemt de Levende zijn Zoon bij Hem op. Daar hoort Hij, bij de Eeuwige, oorsprong en bestemming van alle leven. Een beeld, zo krachtig en troostend, dat het ons steeds weer helpt om onze dierbaren aan God toe te vertrouwen als wij hen uitdragen. Want waarom Hij wel en wij niet, wij zijn toch ook mensen.
Om daar iets van te ervaren is het in de regio waar ik vandaan kom daarom op enkele plaatsen nog steeds de gewoonte dat mensen op Hemelvaartsdag en Pinksteren heel vroeg, als de dauw nog op de velden ligt, door de natuur trekken, te voet of op de fiets.

Dauwtrappen noemen we dat. We lopen door de dauw om de Eeuwige nabij te voelen. Het is bidden met de voeten.

image

© Lawrence Lew, OP

Jezus stijgt op. God neemt Hem bij zich, aan Zijn rechterhand, zegt Paulus. De rechterhand is het Joodse beeld van Geluk. Jezus deelt in de vreugde van de Eeuwige.
De leerlingen staren Hem na, alsof ze Hem nog vast willen houden, zich willen koesteren in wat ze met Hem deelden. Een houding, herkenbaar voor zo menig mens die een dierbare heeft verloren. Maar mannen in witte gewaden helpen ons uit die droom. Ze bepalen ons erbij dat Jezus echt is gegaan, al keert Hij ooit terug. Herinneringen mag je koesteren, ze zijn kostbaar en een bron van inspiratie. Maar je moet er niet in blijven hangen, of ze tot het doel van je leven maken. Als je zo wilt vasthouden wat je lief is, zul je verliezen, want dan sluit je je af voor toekomst.

Misschien is dat wel het meest cruciale moment in rouw: het zonder iemand verder gaan.

Daarom zegt de Eeuwige ons bemoedigend toe
Blijf niet staren op wat vroeger was,
sta niet stil in het verleden,
Ik ga iets nieuws beginnen,
het is in jullie al begonnen, merk je het niet?
Ja, Jezus is voorbijgegaan, een steekvlam in de nacht,
Ik de Levende God, heb Hem bij opgenomen.
Maar jullie hebben Hem en zijn levenswijze ook ‘opgenomen’ in je leven.
Hij woont in jullie. Daal dus die berg af, Ga dus!
"

Jezus zelf vraagt hen wel om in Jeruzalem te blijven, de stad waar zoveel is gebeurd. Niet weg te lopen dus voor de pijn alleen verder te moeten. Hun wachten zal beloond worden met het ontvangen van de kracht, de Geest, de inspirator.

Mattheus vertelt ons dan dat Jezus de leerlingen oproept alle volkeren tot zijn leerlingen te maken en hen te dopen. Ze moeten in beweging komen en gaan uitdragen wat in hen leeft. Daarmee worden ze van leerlingen tot apostelen, d.w.z. gezondenen, verkondigers van de Blijde Boodschap. Ze moeten zijn werk voortzetten.

Dat was ten tijde van de apostelen niet makkelijk, Het was een tijd van onderdrukking en van versnippering van geloofsgroepen. In onze tijd is dat ook nu niet eenvoudig. Mensen zijn vaak met zichzelf bezig en angst en hardheid zijn soms de grootste raadgevers. Met het vele geweld in de wereld tot verdrietig en kwalijk gevolg.

Maar, zo zegt Jezus in het evangelie: ‘Ik zal met jullie zijn, alle dagen, tot de voltooiing van de wereld’. Hij die leeft bij de Eeuwige is ons nabij, Hij is een deel van ons bestaan geworden, een vriend, een spoor van licht, dat ons de weg wijst. Aan Hem mogen we ons toevertrouwen en aan de Eeuwige zelf, die als een wolk om ons heen aanwezig is, op weg naar Pinksteren. Dat we hen tegemoet hopen, zolang we leven mogen.

image

Plafondschildering in de Spaanse kapel in het klooster van Santa Maria Novella, Florence (IT) © Lawrence Lew, OP