In deze lijdenstijd lees je regelmatig de belijdenis dat Jezus zich geofferd heeft voor onze zonden. Die idee dat iemand zou moeten sterven om goed te maken wat ik heb misdaan, is een primitieve gedachte die altijd terugkeert in het christendom. Terecht schreef R. Bultmann ooit:
Hoe kan mijn schuld door de dood van een onschuldige verzoend worden?
Welke primitieve begrippen van schuld en gerechtigheid liggen aan de basis van een dergelijke voorstelling? Welk primitief Godsbeeld? Moet het aanschouwen van de dood van Christus die de zonden wegneemt, vanuit het offerdenken begrepen worden: welke primitieve mythologie dat een mens geworden goddelijk wezen door zijn bloed voor de zonden van de mensheid boet.
Het citaat staat in een intrigerend boek van Gerard Lohfink ‘Jezus van Nazaret. Wat wou Hij? Wie was Hij?’. Terecht reageerde Bultmann tegen een altijd terugkerende weerbarstige theologie die wijst op Gods toorn om wat mensen hebben misdaan en de noodzaak om een ongewoon offer, dat van zijn geliefde Zoon. In de psychologie ziet men dit als een projectie van een heel primitieve, hardnekkige soort (projectieve identificatie).