Article header background
Terug naar overzicht
Tommy Vandendriessche
image

Tiende zondag door het jaar

In het evangelie horen we het verhaal van de roeping van Matteüs. Bij Lucas en Marcus vinden we hetzelfde verhaal, maar daar heet het hoofdpersonage Levi. Volgens de traditie gaat het om dezelfde persoon, de evangelist Matteüs, die een dubbele naam droeg. Of dat historisch zo is, weten we niet. Maar eigenlijk doet dat er ook niet toe.

image

De roeping van de heilige Mattheüs, schilderij van Caravaggio in de Contarelli-kapel, San Luigi dei Francesi, Rome (IT), Caravaggio, via Wikimedia Commons

Jezus ziet een man bij het tolhuis zitten en zegt eenvoudig: “Volg Mij.” Het roepingsverhaal is kort en radicaal.

Dat moment is indringend verbeeld door Caravaggio (ca. 1600). In zijn schilderij valt een lichtstraal van buiten naar binnen — als een echo van het scheppingswoord “Er moet licht zijn.” Jezus’ hand, die naar Matteüs wijst, doet denken aan de hand van God die de mens tot leven wekt in het beroemde fresco van Michelangelo. Alsof hier opnieuw iets wordt geschapen: een mens die opstaat en opnieuw begint.

Jezus verrast en choqueert zijn tijdgenoten. Hij zoekt mensen op, allerlei mensen, en laat hen toe in zijn kring — zonder eerst te selecteren. Met, wat we nu zouden noemen, een voorkeursoptie voor de armen. Maar ook tollenaars worden dus opgenomen in de kring van Jezus: mensen die belastingen inden voor de Romeinen en zich daarbij vaak verrijkten. Ze golden als collaborateurs en werden gemeden.

Wanneer Jezus daarover kritiek krijgt, antwoordt Hij met een woord van de profeet Hosea: “Ik wil liever barmhartigheid dan offers.

Wat komt het, voor ons misschien vreemde, woord ‘offer’ hier nu doen in dit verhaal? Laten we hier even op in te gaan.

Offeren behoort tot de oudste religieuze praktijken. Mensen probeerden zo de goden gunstig te stemmen: om bescherming te vragen, om rampspoed af te wenden. Ook in Israël maakte het offer deel uit van het religieuze leven. Maar de Bijbel laat een duidelijke ontwikkeling zien: het offer wordt geleidelijk gezuiverd. Het wordt niet langer een middel om God te beïnvloeden, maar een teken van het Verbond — een antwoord op een God die zelf het initiatief neemt. De profeten hebben daar steeds opnieuw aan herinnerd. Ook Jezus staat in die lijn.

Het centrale verhaal van de Joodse Bijbel is immers dat van een God die het lijden van zijn volk ziet en afdaalt om te bevrijden. De richtlijnen die God via Mozes geeft, zijn geen voorwaarden om die liefde te verdienen. Ze wijzen een weg naar leven. Gods betrokkenheid is niet contractueel, maar verbondsmatig: Hij engageert zich, eenzijdig en trouw. Zijn liefde reikt verder dan ons menselijke vermogen tot wederkerigheid (Ex. 34).

Die beweging — eerst genade, dan pas antwoord — is fundamenteel in het optreden van Jezus.

image

Detail uit het 6e-eeuwse apsismozaïek van Sant'Apollinare in Classe, Ravenna (IT) © Lawrence Lew, OP

De evangelist Matteüs tekent in zijn evangelie bewust parallellen tussen Mozes en Jezus. Jezus verschijnt als een nieuwe Mozes: Hij gaat de berg op en spreekt daar woorden van leven.

Zoals Mozes richting gaf aan het volk, zo wijst Jezus een weg.

Matteüs laat zien dat Jezus dit op een bijzondere manier invult. Waar Mozes de Wet ontvangt, realiseert Jezus die in concrete ontmoetingen. Dat zien we bijvoorbeeld in de reeks van wonderverhalen bij Matteüs. Die zijn niet louter spectaculaire daden, maar telkens ontmoetingen met mensen aan de rand: een melaatse, een bezetene, een verlamde. Mensen die buiten de gemeenschap zijn komen te staan, worden opnieuw binnengehaald. Relaties worden hersteld.

Als Jezus zegt “Ik wil liever barmhartigheid dan offers.” gaat het niet om het afschaffen van tradities, maar om hun diepste bedoeling: mensen opnieuw in relatie brengen, herstellen wat gebroken is.

De reactie van de farizeeën is echter niet zomaar hardvochtig. Volgens de traditie (beschreven in het Bijbelboek Leviticus) hoorde bij vergeving een concreet en ‘redelijk’ proces: herstel van de schade, vermeerderd met een vijfde, en het brengen van een offer (Lv. 5,20-26). Maar wat Jezus doet, gaat nog een stap verder. Hij opent de relatie vóór alles hersteld is. Hij geeft vertrouwen dat voorafgaat aan verandering.

Dat is een verschuiving die niet evident was en is. Zelfs binnen de vroege christelijke gemeenschappen riep dit vermoedelijk vragen op. Lucas benadrukt daarom, in zijn versie van het verhaal, expliciet dat Jezus zondaars oproept tot inkeer. Blijkbaar was het nodig om die onvoorwaardelijkheid te verbinden met verantwoordelijkheid.

Wellicht herkennen wij die spanning ook. Want mensen onvoorwaardelijk aanvaarden en opnemen in onze kring — het lijkt haast te groot. We voelen spontaan de neiging om voorwaarden te stellen, om eerst zekerheid te zoeken.

En toch: zonder iets van die onvoorwaardelijkheid dreigt een samenleving vast te lopen. Vandaag horen we opnieuw meer en meer de uitspraak “voor wat hoort wat”. Onze samenleving dreigt zeer kil en rigide te worden.

We lijken te vergeten dat we zelf al heel wat tweede kansen nodig hebben gehad.

Af en toe zien we, in de geschiedenis en in onze eigen kring, een kracht die de kilte doorbreekt (noem dit wat mij betreft ‘Heilige Geest’), een nieuwe schepping die zich aandient. We mogen dit, ook hier vandaag, gedenken en vieren.

image

© Lawrence Lew, OP