Stel je voor: je zit in een groepsapp. Iemand maakt een grap die net over de grens gaat. Het wordt stil – een digitale stilte waarin niemand het opneemt voor degene om wie gelachen wordt. Jij voelt iets knagen. Een zin vormt zich al in je hoofd: “Zullen we dit niet doen?” Je duim hangt boven de verzendknop… en dan komt de twijfel. Wat zullen ze zeggen? Wil ik degene zijn die “de sfeer verpest”?
Die spanning kennen we allemaal. En ze is niet nieuw. Jeremia leefde ermee. Hij kreeg de bijnaam: “Ontzetting overal.” Niet omdat hij graag met rampspoed zwaaide, maar omdat hij hardop zei wat iedereen liever wegstopte. Achter zijn rug werd gefluisterd; zelfs vrienden zuchtten als ze hem zagen komen. Toch bleef hij spreken. Niet vanuit bravoure, maar omdat hij voelde dat waarheid soms het betere medicijn is voor een samenleving waar schone schijn en leugen regeren.
Wat mij raakt, is dat Jeremia niet verbitterd eindigt. Midden in de storm zingt hij een loflied, alsof er al licht door de wolken breekt. Hij ontkent het gevaar niet, maar hij weigert de duisternis het laatste woord te laten.
In het evangelie verzamelt Jezus gewone mensen om zich heen. Geen religieuze leiders met titels, maar leerlingen die willen leren wat het betekent om anders te leven. Hij zegt niet één keer maar drie keer: “Wees niet bang.”
Alsof Hij weet: angst verdwijnt niet door een enkele zin; ze vraagt geduld, nabijheid en oefening.
Zijn woorden zijn opvallend concreet. Jezus zegt dat wat nu in het verborgene klinkt, ooit op de daken gehoord zal worden. Het goede en ware heeft een eigen drang naar het licht van Gods nabijheid, ook wanneer het nog klein of kwetsbaar lijkt.
Jezus zegt ook: mensen kunnen je lichaam raken, maar niet je ziel. In ieder mens zit een diepste kern die niemand kan afpakken, hoe groot de druk van de menigte of de trend ook is.
En dan dat zachte beeld: geen mus valt buiten Gods aandacht, en de haren op je hoofd zijn geteld. Niet omdat God een kille administrateur zou zijn, maar zoals een moeder de haren van haar kind kamt—met zorg, tederheid en toewijding. De belofte is niet dat je nooit zult verliezen, maar dat je nooit uit Gods hand zult vallen.