Article header background
Terug naar overzicht
Kiran Joy
image

Tweeëntwingtigste zondag door het jaar

Gij laat u leiden door menselijke overwegingen, en niet door wat God wil

image

© AVM

In het evangelie van vorige zondag stelde Jezus de vraag: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Petrus antwoordde namens de andere apostelen, en misschien ook namens ons: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Petrus trad daar naar voren als wat we vandaag zouden noemen: een oerdegelijke katholiek.

Deze zondag zien we een andere Petrus. Hij volgt niet, hij protesteert. Jezus maakt duidelijk dat de Messias veel zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht. Petrus verzet zich daartegen: “Dat verhoede God, Heer, zo iets mag U nooit overkomen!

Wat zit er achter dit protest van Petrus?

Eigenlijk horen we daarin het protest van de hele mensheid tegen het lijden.

Waarom is er lijden in de wereld? Waarom ziekte en ongevallen? Waarom innerlijk verdriet en uiterlijke ellende? Waarom doen mensen elkaar pijn en maken ze elkaar het leven moeilijk?

Petrus wil niet dat Christus lijdt. Dat herkennen we. Wij lijden zelf niet graag en we zien ook niet graag dat mensen van wie we houden, moeten lijden. Van nature proberen we het lijden te vermijden. We proberen het soms te ontkennen, te negeren, er niet naar te kijken.

Misschien verklaart dat ook waarom we soms niet goed weten hoe we moeten omgaan met zieken, bejaarden, mensen die depressief zijn, mensen met een handicap, mensen met psychische problemen of ontheemden. Dat is niet altijd harteloosheid, onverschilligheid of egoïsme. Vaak voelen we ons eenvoudigweg niet opgewassen tegen het lijden van een ander.

Wanneer we iemand ontmoeten die een kruis draagt, zullen we dat kruis misschien even groeten, maar we zetten er niet gemakkelijk onze schouders onder. We denken: “Mijn naam is toch niet Simon van Cyrene!” En we maken dat we wegkomen. Zo lijken we eerder op “Simon, zoon van Jona”: Petrus, die het lijden van Christus ook niet wilde zien.

Daartegenover staan de woorden van Jezus: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.

Zijn kruis opnemen, het lijden aanvaarden en dragen: dat is een heel andere houding dan die van Petrus. En deze woorden van Jezus klinken niet vals, omdat Hij zelf heeft beleefd wat Hij zegt.

Hij heeft het lijden gedragen tot het uiterste toe, tot de dood aan het kruis.

image

© Dominicanen van België en de Nederlanden

Maar wat bedoelt Jezus wanneer Hij zegt dat wij ons kruis moeten dragen?

Hij bedoelt zeker niet dat we het lijden moeten zoeken, alsof lijden op zichzelf iets waardevols zou zijn. Hij bedoelt ook niet dat we niets mogen doen om ons eigen lijden of dat van anderen te verminderen.

Integendeel. Door zijn woorden en zijn leven heeft Jezus ons juist opgeroepen het lijden in deze wereld te bestrijden. Denk aan de parabel over het laatste oordeel: hongerigen te eten geven, dorstigen te drinken geven, zieken helpen en gevangenen bijstaan. En Jezus heeft dit zelf gedaan: Hij genas zieken, gaf hongerigen te eten en bevrijdde mensen die gevangen zaten in innerlijke nood.

Christus bedoelt dus niet dat we geen oplossingen moeten zoeken voor het lijden.

Hij spreekt over het lijden waarvoor geen oplossing mogelijk is, nog niet mogelijk is of niet meer mogelijk is. Dát lijden moeten we moedig proberen te aanvaarden. Dát kruis moeten we opnemen en dragen.

Jezus zegt niet dat zo’n lijden een mens gelukkig maakt. Maar Hij laat wel zien, vooral door zijn eigen leven, dat lijden een mens niet noodzakelijk ongelukkig hoeft te maken.

We kennen misschien mensen met een handicap of mensen die zware tegenslagen hebben meegemaakt en voor de rest van hun leven een zwaar kruis moeten dragen. Toch blijven sommigen van hen opgewekt. Ze klagen niet voortdurend en worden op hun eigen manier een zonnetje in het leven van anderen. Soms putten ze zelfs uit hun eigen lijden de kracht om anderen levensmoed te geven.

Zulke mensen helpen de wereld vooruit. De wereld is niet geholpen wanneer we voortdurend klagen over ons kruis en het vervolgens op de schouders van anderen leggen.

“Wie mijn leerling wil zijn… verloochene zichzelf en neme zijn kruis op.”

Wie leerling van Jezus wil zijn, heeft daarom twee soorten moed nodig: de moed om zich te verzetten tegen het lijden waarvoor een oplossing mogelijk is, én de moed om het lijden te dragen waarvoor geen oplossing bestaat, tenminste zolang het onoplosbaar blijft.

Dat vraagt ook levenswijsheid. Want de grens tussen wat mogelijk en onmogelijk is, tussen wat nog niet mogelijk is en wat niet meer mogelijk is, verandert voortdurend.

Misschien is dat uiteindelijk wat Jezus ons vandaag vraagt: de wijsheid om een onderscheid te kunnen maken tussen het kruis dat we kunnen wegnemen en het kruis dat we moeten leren dragen.

image

© AdobeStock