Vooreerst het letterlijk genezen van blindheid.
Tcha Limberger (*) is drie wanneer hij op kousenvoeten onderweg is naar de snoepbokaal op de vensterbank terwijl de radio hard speelt. Ineens vraagt zijn moeder wat hij van plan is. Hoe kon zij nu weten waar hij was? De kleuter ontdekt dat anderen iets kunnen of hebben dat hij niet kent en dat ‘iets’ heet blijkbaar zien. Zien lijkt hem een wonderlijk concept, toch heeft hijzelf niet het gevoel iets te missen. Hij vindt het aandoenlijk om te merken hoe bang en hulpeloos zieners worden in het donker want voor hem is het donker niet donker.
Die vanzelfsprekende omgang met duisternis contrasteert met het evangelieverhaal waar blind-zijn een on-gewenste toestand is die smeekt om verlichting, letterlijk en figuurlijk. Uiteraard was toen minder zicht op ziekte en beperking en was ondersteunend onderwijs en begeleiding voor blinden onbestaand. Maar op de voorgrond speelt de aanname dat zieken of mensen met een beperking zondaars zijn. Dat heeft vérstrekkende gevolgen: religieus-maatschappelijke uitsluiting en veroordeling tot de bedelstaf. Jezus verwerpt radicaal die connectie tussen zonde en ziekte én het geneesverbod op sabbat, zoals hij elke wet-interpretatie verwerpt die niet ten dienste staat van de mens.
Zijn betrokkenheid op de bedreigde is niet theoretisch maar concreet zintuiglijk:
Jezus ziet de blindgeborene, raakt hem aan en hoort wat de genezene overkomt.
In een volgende verhaal-laag krijgen zien en niet zien een tweede betekenis.
In Jezus’ tijd is de joodse samenleving religieus heel gevarieerd. Maar na de val van de tempel (70 n.C.) moeten overgebleven joden onder Romeinse bezetting hun identiteit als het ware heruitvinden. Dat zorgt voor verscherpte tegenstellingen en conflicten: wie aansluit bij de groeiende Jezusbeweging is niet langer welkom in de synagoge. De negatieve tekening van joden in dit verhaal is dus geen weergave van Jezus’ tijd maar is voor rekening van de evangelist en weerspiegelt de tijdsgeest van de eeuwwisseling. Johannes verwijt het rabbijns jodendom dat het niet ziet, niet gelooft dat Jezus het Licht is waarop al eeuwen gewacht wordt. De auteur speelt met tegenstellingen om dit te verduidelijken:
zien of niet zien, geloven of niet geloven.