Article header background
Terug naar overzicht
Hendrik Van Moorter
image

Vijfde paaszondag

De leerlingen begrijpen er niets van. Wat moeten ze zich voorstellen waar hun geliefde meester naartoe zegt te gaan?

image

© Dominicanen van België en de Nederlanden

De lezing uit het evangelie volgens Johannes situeert zich in een soort afscheidsgesprek. Jezus wil zijn leerlingen voorbereiden op zijn heengaan en hen troosten: “Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij…Wanneer ik een plaats voor jullie bereid heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met mij meenemen en dan zullen jullie zijn waar Ik ben.

De leerlingen begrijpen er niets van. Wat moeten ze zich voorstellen waar hun geliefde meester naartoe zegt te gaan? Thomas verwoordt het zo: “wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?

Dan volgt er een heel bekende uitspraak van Jezus:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.

Het blijft raadselachtig. Filippus in al zijn naïviteit zegt: “Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.

Jezus lijkt ontgoocheld: ”Ik ben al zo lang bij jullie en nog ken je mij niet….Geloof je niet dat ikin de Vader ben en de Vader in mij is? De Vader doet zijn werk door mij. Als ge mij niet gelooft, geloof het dan vanwege de werken.

Dit is ook naar ons gericht. Geraken wij niet even gemakkelijk verward als de leerlingen wanneer we dit allemaal lezen?

Misschien vinden we enige houvast als Jezus verwijst naar de vele werken van God die door Hem gebeuren. Want die werken kennen we. Jezus leeft ze ons voor: hij geneest zieken, laat blinden zien, herstelt lamme mensen in hun kracht en bevrijdt mensen die bezeten zijn, komt op voor de armen, troost bedroefden…Dat hebben de leerlingen allemaal gezien.Maar wat moeten ze dan precies geloven, waar ze maar niet toe komen?

De evangelist wil ons nog iets fundamenteler geven, dat God mysterie is, niet te kennen is.

Als leerlingen dachten te weten wie Hij was en dat met veel overtuiging verkondigden, zet Jezus hen op hun plaats. Het gebeurt met Petrus in het vers dat aan de lezing van vandaag vooraf gaat. Petrus verklaart “waarom kan ik u nu niet volgen, Heer? Ik wil mijn leven voor u geven!” Waarop Jezus hem enigszins belachelijk maakt: ”Jij je leven voor mij geven? Werkelijk, ik verzeker je, nog voor de haan kraait zul je mij driemaal verloochenen.

image

© Dominicanen van België en de Nederlanden

Hoe vaak trappen wij niet in de val van te denken te weten wie of wat God is, wat Gods wil is.

Een vriend die in de knoei zat met God, zoals hij het verwoordde, sprak mij erover aan. Ik probeerde mijn denken over God uit te schrijven. Later zei hij dat hij daar niets aan had. De gesprekken die we nadien voerden, in spreken en luisteren vanuit een niet- weten wie God is, ontlokte hem de opmerking “nu ervaar ik iets van God.

Is het niet vol risico’s als machthebbers menen dat ze optreden in Gods naam?

In de geschiedenis zien we vele voorbeelden waarin gehandeld wordt vanuit wat men denkt te weten wie God is en wat Hij wil. Zowel in de Kerk als in vele wereldse machtscentra motiveert men zijn handelen vaak in naam van God. Het leidt altijd tot geweld en oorlog.

Daar tegenover staat de onkenbare God. Zijn zwijgen, zijn stilte.

De stilte als een vrije ruimte die uitnodigt om te ontmoeten wie onze tegenstrevers zijn.

Te luisteren en te spreken. Te spreken en te luisteren. Om daarin iets van Gods fluisteren te horen.

Jezus heeft het ons voorgeleefd en wijst ons de weg naar waarheid en leven.

Ligt daar in ons eigen leven Gods uitnodiging om Hem/Haar te ontmoeten in de stilte die plaats maakt voor het ontmoeten van elke andere mens, ook wie het ons lastig maakt, ons tegenstreeft.

De auteur van de “Wolk van het niet- weten” zegt het zo: ”God kunnen we nooit met ons denken kennen, alleen door lief te hebben.

En Augustinus schreef: ”Als je het begrijpt, is het God niet.

Het is geen kwestie van begrijpen. Jezus roept op om te geloven in God, in Gods werk. Maar wanneer is God aan het werk in ons leven? Misschien weten en begrijpen we dat pas nadien.

De evangelist Johannes leert ons dat we net als de leerlingen steeds falen en tekortschieten in het kennen van God en van Gods plan. Maar het besef van dit falen is de basis van elk bekeren, om open te komen voor de Ander en voor de medemens in zijn anders- zijn.

Laurence Freeman schrijft: “Ons geloof groeit ook wanneer we falen en toch vergiffenis krijgen. Dat is van cruciaal belang als we de valkuil van het perfectionisme willen vermijden…De spiritueel actieve mens verleent continu hoge prioriteit aan het groeiproces, dat zijn falen en ontrouw herstelt.

image

© Francis Akkara, OP