In heel veel culturen en religies zijn het heilige plaatsen.
Bergen brengen je letterlijk dichter bij de hemel. Maar Jezus’ woorden hebben dit keer weinig te maken met wat wij ‘hoger-op-komen’ zouden noemen. Het is een bizar lijstje van mensen die volgens Hem tot de top behoren: nederigen van hart, treurenden, zachtmoedigen, mensen op zoek naar gerechtigheid, barmhartigen, zuiveren van hart, vredestichters, mensen die worden vervolgd. Dit is geen lijstje van wat wij in ons dagelijks bestaan als de top zien in onze samenleving.
Jezus is niet zo geïnteresseerd in je positie, bankrekening of opleidingsniveau.
En al helemaal niet in de grote schreeuwers van deze aarde. Nee, het zijn juist die mensen die zich inzetten voor de ander, die zichzelf weg durven te cijferen, die een stapje opzij kunnen doen, die het grote geheel eerder voor ogen hebben dan hun eigen welbevinden. Het zijn mensen die zitten in de hoek waar de klappen vallen. Dat soort mensen, houdt Hij zijn leerlingen en dus ook ons voor, zullen dat beloofde Koninkrijk vormgeven en belonen.
Maar hoe doe je dat? Hoe krijgen we dat voor elkaar in een wereld die zo volstrekt anders in elkaar zit? Jezus houdt ons niet alleen voor wie en wat belangrijk is en wordt in het Koninkrijk. Hij geeft tegelijkertijd een opdracht mee. Het was tweeduizend jaar geleden wat dat betreft niet anders dan tegenwoordig. Ook toen waren het de schreeuwers en graaiers en de mensen met de beste wapens, die de wereld en de waarheid in pacht leken te hebben en de wereld in hun zak. Het land waar Jezus doortrok, was bezet gebied en gevaar en onderdrukking loerde overal. Jezus is echter optimistisch. Het kan nog zo beroerd zijn, je kunt nog zoveel oppositie ondervinden, zelfs vervolgd worden, maar wanhoop niet. Er zal een andere tijd komen.
Beetje bij beetje. Zoutkristal voor zoutkristal.
Het zijn zijn leerlingen die in de samenleving kleine bergjes zout kunnen gaan vormen als toevluchtseiland, als smaakmaker in malle tijden. Of ze kunnen zijn als een klein beetje zout, een mespuntje dat de werkelijkheid net wat frisser, smakelijker en beter te behappen maakt. Letterlijk en figuurlijk. Jezus propagandeert geen kilo’s zout, geen overmacht, maar subtiliteit. Een klein beetje zout is al voldoende om dat Koninkrijk dichterbij te brengen. Maar dan moeten we wel blijven werken aan die droom van dat Koninkrijk, aan dat onmogelijk lijkende Rijk. Op het moment dat we het niet meer zien zitten, en onze kopjes laten hangen, dat verliest het zout zijn smaak en kracht. Louter zout zijn is niet genoeg, maar zout blijven is de tweede opdracht.