Article header background
Terug naar overzicht
Ignace D'Hert
image

Vijftiende zondag door het jaar

Matteus is zich bewust dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is in zijn geloofsgemeenschap. Hij schrijft zijn evangelie aan het einde van de eerste eeuw...

image

Saint Matthieu, mosaïque, église du Saint Sépulchre, Jérusalem © Lawrence Lew, OP

Matteus is zich bewust dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is in zijn geloofsgemeenschap. Hij schrijft zijn evangelie aan het einde van de eerste eeuw. Het verrijzenisgeloof is de grondslag geweest van de eerste christengemeenschappen. Maar algauw doen zich strubbelingen voor. Matteus heeft te maken met mensen met een verschillende achtergrond. Sommigen hechten veel meer belang aan de joodse traditie dan anderen die eerder aanleunen bij een hellenistische tendens. Samen leven brengt onvermijdelijk wrijvingen met zich mee. Misschien heeft de parabel van het zaad daarmee te maken. Kan gedeeld geloof samen gaan met diversiteit? In elk geval een uitdaging om mee om te gaan. Duidelijk is dat het samenleven in de geest van Jezus haaks staat op de vigerende cultuur van de Romeinse overheerser.

Christenen worden als achterlijk en ongecultiveerd beschouwd. Wat de Romeinen als “cultuur” en “gerechtigheid” beschouwen gaat regelrecht in tegen de idealen die de vrienden van Jezus er op na houden. “Zalig de armen van geest”. Daarmee is Jezus zijn toespraak op de berg begonnen. Daarmee wordt een heel andere wereld tot leven geroepen. Wat dwaas is in de ogen van de Romeinen wordt door de volgelingen van Jezus als wijsheid ervaren. Dat heeft ook Paulus ondervonden in zijn confrontatie met de vergoddelijking van de Romeinse keizers die hij op zoveel plaatsen tegen komt. “Allen die door de geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn” (8, 14-15). Dat is de levensstijl die de christengemeenschap in het hart draagt en daadwerkelijk in de praktijk probeert te brengen.

Het is geen sinecure: dat wil de parabel ook duidelijk maken. Er zijn niet alleen de materiële omstandigheden die in de praktijk als hobbel ervaren worden( rotsachtige plekken, ondiepe grond, distels, enz). Er wordt gesuggereerd dat ook de persoonlijke inzet niet voor iedereen dezelfde hoeft te zijn. Merkwaardig is hoe het slot van de parabel in neergaande lijn gaat. Er is sprake van honderdvoudig, zestigvoudig, dertigvoudig (13, 8). Verscheidenheid mag blijkbaar een plaats hebben in de gemeenschap. Het troost te weten dat niet iedereen een zelfde inzet kan leveren. Het klinkt in de parabel niet als een verwijt.

Het is een vaststelling. Jezus’ volgelingen hoeven niet allemaal even intelligent, handig, diepzinnig, vroom of maatschappelijk actief te zijn. “In het huis van de Vader zijn vele woningen”.

image

© Lawrence Lew, OP

Wellicht herkennen we dat ook in onze tijd. Er zijn opvallende ontwikkelingen gaande in de christelijke geloofsgemeenschap. De aversie tegenover de kerk is over zijn hoogtepunt heen. Ook al blijven we voorgoed opgezadeld met de schandalen die de kerk blijvend achtervolgen, er is ook een nieuwe interesse zichtbaar. Het einde van de massakerk betekent blijkbaar niet het einde van het geloof. Er ontstaan nieuwe geloofsgemeenschappen. Ondanks het wegvallen van zoveel voorgangers en voorgangsters in de kerk zijn er bezielde mensen die proberen de geest er in te houden.

Er is geen reden tot euforie, maar er zijn schuchtere tekenen van een soort revival. De leegloop die we de laatste decennia hebben meegemaakt is over zijn hoogtepunt heen. Ouderen die hadden afgehaakt, ontdekken opnieuw de betekenis van feestelijke rituelen. Vooral naar aanleiding van bijzondere gelegenheden zoals communiefeesten, doopvieringen, inzegening van relaties, enzovoort. Ze willen niet terug naar het patroon van weleer, maar ze hervinden de warmte van feestelijke bijeenkomsten voor zover het niet gaat om het opdissen van kerkelijke antiquiteiten. Het valt op dat ook bij jongeren een interesse merkbaar is voor momenten van verstilling en inkeer, binnen en buiten de kerk.

Het heet dat veel mensen zoekende zijn, dat ze behoefte hebben aan een houvast dat hun leven ruggengraat geeft.

Het zijn ook vooral jongeren die geplaagd worden met een sombere toekomstvisie. Zij beseffen dat de toekomst er voor hen niet rooskleurig uit ziet. Dat geldt voor verschillende aspecten van het leven. De geneugten van de welvaartsmaatschappij zijn opgebruikt. Er is ook de algemene vervlakking en onverschilligheid in onze samenleving. Jongeren vragen zich af waar het met hun leven naartoe moet. Ze kijken uit naar voorbeelden die een bron van inspiratie kunnen zijn. Langs verschillende wegen zoeken ze contact met een soort innerlijke stem waarmee ze “in gesprek” kunnen gaan.

Sommigen vinden een weg via het Boeddhisme of via één van de verschillende vormen van meditatie. Anderen vinden het in traditionele vormen van kerkelijke liturgie. Merkwaardig is dat. De feeling voor het sacrale manifesteert zich vooral bij de jongere generatie, ook al zijn ze niet zo vertrouwd met het kerkinstituut. Het “heilige” of het “hogere” helpt hen om de banaliteit van de samenleving te overstijgen.

Het zaad valt overal: op de weg, op rotsachtige grond, tussen de distels, in goede grond, maar we mogen hopen dat het op de één of andere manier overal vrucht draagt.

image

Agnes Monkelbaan, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons