Article header background
Terug naar overzicht
Erik Borgman
image

Zevenentwintigste zondag door het jaar

De hoeksteen door de bouwers verworpen

image

Plafondrozet van de choor, Abdij van Douai (FR) © Lawrence Lew, OP

Op zondag 4 oktober eindigt in de kerk de periode van de schepping. Deze scheppingsperiode, die op 1 september begint, is een tijd waarin speciale aandacht uitgaat naar de niet-menselijke schepselen. Met deze medeschepselen zijn wij onlosmakelijk verbonden en we zijn van ze afhankelijk. Zij voeden en beschutten ons. Hun schoonheid geeft ons vreugde en hun grootsheid imponeert ons.

Zoals mensen ons op hun beste momenten een indruk kunnen geven van Gods verhevenheid en goedheid, zo kunnen bergen en zeeën, planten en dieren dat evenzeer. In het evangelie van vandaag vergelijkt Jezus het menselijk bestaan met het beheren van een wijngaard die door een ander is aangeplant.

Wij mogen ervoor zorgen en ervan leven, maar we kunnen niet doen alsof de wijngaard in alles ons bezit is. Het is een geschenk en ook anderen, ook volgende generaties, moeten van dit geschenk kunnen profiteren.

Toch doen wij als mensen op dit moment vaak alsof wij naar willekeur over alles mogen beschikken. We weten inmiddels waar dit toe leidt: uitstervende planten- en dierensoorten, een stijgende zeespiegel en een steeds onberekenbaarder klimaat. Gebieden dreigen onbewoonbaar te worden door hitte die tot bosbranden leidt, of juist door zware regenval met overstromingen als gevolg. Smeltende gletsjers gaan schuiven, slepen huizen mee en laten bewoners omkomen.

De profeet Jesaja beschrijft hoe wat begon als wijngaard, eindigt als wildernis. De wijnstokken werden niet met de nodige toewijding onderhouden en brengen nu wilde bessen voort, in plaats van sappige druiven waar je wijn van kunt maken ‘die het mensenhart verheugt’, zoals Psalm 104 (vers 15) zegt. Het is een beeld van een cultuur die gebaseerd is op uitbuiting en winstbejag, op het najagen van eigenbelang. Waar de norm wordt dat iedereen zichzelf centraal stelt en geen oog heeft voor wat anderen nodig hebben, schiet het onkruid op: ‘Distels en doorns groeien er hoog’ (Jes. 5,6). God had volgens de profeet heel andere plannen en is diep teleurgesteld. ‘Hij hoopte op recht, maar Hij zag onrecht, Hij zag geen betrachting, maar verkrachting van recht’ (vers 7).

Anderen met kracht je wil opleggen en dwingen te doen wat jij wilt, kan aantrekkelijk lijken. Je bent vrij, zelfstandig, jouw wil is wet. Maar keer op keer loopt dit fout af. Wie macht tot grondslag van het recht maakt, ontdekt dat dit zelfdestructief is. Ooit zul je zelf de zwakke partij zijn en dan heb je niets anders dan het recht dat je dan gegund wordt. Je hoeft geen zwartkijker te zijn om het gevoel te hebben dat wij het Bijbelse dubbelgebod aan het vergeten zijn dat ons gebiedt God en elkaar lief te hebben.

We hebben de liefde tot een privé-emotie gemaakt en lijken God als onvermoeibare uitnodiging tot eerbied voor wat ons gegeven wordt en verantwoordelijkheid voor wie in nood verkeren, niet langer te horen.

image

USDAgov, Public domain, via Wikimedia Commons

Hierover gaat de parabel van Jezus in het evangelie. De wijnbouwers in het verhaal treffen een aangelegde wijngaard aan. Zelfs de perskuip die nodig is om van uit de druiven wijn te maken, is er. Zij hebben het in pacht, maar willen de wijngaard voor zichzelf. Ze weigeren de eigenaar de opbrengst van zijn wijngaard te geven; die eisen ze volledig voor zichzelf op. Om dat te bereiken, gaan ze heel ver. Het begint met het mishandelen van de slaven die de landeigenaar stuurt, maar het escaleert tot stenigen en doden en spaart uiteindelijk ook de zoon van de landeigenaar niet. Zo hopen zij dat, wanneer de eigenaar sterft, de wijngaard in hun handen valt. De toehoorders menen dat de logische reactie van de eigenaar zou zijn dat hij de wijnbouwers doodt en zijn wijngaard vervolgens aan andere pachters geeft.

Jezus vertelt niet of hij dat inderdaad doet. Jezus stapt uit de parabel. In plaats van dat Hij vertelt wat er met de wijnbouwers gebeurt, geeft Hij op een geheimzinnige manier een hint over wat op het punt staat met Hem te gebeuren.

Jezus vertelt de parabel in de tempel van Jeruzalem, op weg naar het moment waarop Hij vermoord zal worden. Wat in de parabel met de zoon van de eigenaar van de wijngaard gebeurt, zal Hem worden aangedaan. Via de parabel interpreteert Hij dat als afwijzing van God, die naar Joods besef de eigenaar is van zijn wijngaard Israël. Door Hem te doden, zeggen de leiders van het volk het verbond op en laten ze weten zelf de dienst te willen uitmaken.

Om aan te duiden wat er zal gebeuren, citeert Jezus Psalm 118 (vers 22): ‘De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is de hoeksteen geworden. De Heer heeft dit gedaan; het is een wonder in onze ogen’. In de psalm is dit een beeld van Gods trouw. Steeds opnieuw werd het volk Israël bedreigd door degenen die zich gedroegen alsof zij de bouwlieden van de wereld waren. Steeds opnieuw koos God voor de bedreigden, degenen die verworpen werden, en ging met hen verder. Ditzelfde staat ook op het punt te gebeuren wanneer Jezus de verworpene wordt.

Met Hem als hoeksteen zal een nieuw gebouw worden opgetrokken en zal er een nieuw volk opstaan dat als een tempel voor God is.

Of, in de beeldspraak van de parabel en van de profeet Jesaja: een nieuwe wijngaard die de eigenaar vruchten oplevert.


Hoezeer God ook wordt aangetast in zijn schepping en in de mens, Hij blijft trouw aan zijn oorspronkelijke bedoeling: een wereld die Hem eer aandoet, waar alles en iedereen bloeit en vruchtbaar kan zijn. Jezus, die gestorven en verrezen is, nodigt uit om daaraan mee te werken.

Dit doen we door, zoals de apostel Paulus schrijft aan de christenen van Filippi (4,8), aandacht te besteden ‘aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient’. Dat vraagt erom bevorderd te worden, hoe massief de tegenkrachten ook zijn.

Het zullen hoekstenen blijken van een wereld van recht en vrede die dankzij Gods trouw bezig is aan te breken. Dwars door alles heen wat daar haaks op staat—in de wereld en in onszelf."

image

Kapel sint-Jan van Alliens (FR) | René Hourdry, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons