Binnenkort maken we de overstap van een huis naar een appartement. Na 44 jaar “verzamelen”, keren we ons huis ondersteboven: wat nemen we mee, wat niet? Daarbij rijst vaak de vraag: is, wat ik ooit heb bijgehouden maar waar ik decennia niet naar omgekeken heb, nu toch van waarde? Het maken van keuzes over wat waardevol is om mee te nemen, is niet zo eenduidig.
In de evangelielezing van vandaag spreekt Jezus in gelijkenissen over de waarde van het koninkrijk van de hemel. En merkwaardig genoeg verweeft Hij daartussen aan Zijn leerlingen de vraag: “Hebben jullie dit alles begrepen?” waarop een kort en krachtig ”Ja” volgt.
Op het eerste gezicht kan je dat bevestigend antwoord van de leerlingen wel volgen.
De boodschap van de eerste twee parabels lijkt immers heel eenvoudig: er is de zoeker van een schat of van parels, die zoeker, dat ben ik, dat zijn wij. En de schat/de parel, dat is het rijk van de hemel
– of, zoals dat in de andere evangelies luidt, het Rijk Gods. Geen inspanning is te groot om die schat te vinden. Eens gevonden, heb je er alles voor over om hem te houden. Misschien was dat vroeger wel een heldere, overtuigende zienswijze toen het geloof in het Koninkrijk van de hemel – zoals dat door de kerk werd bemiddeld - aanvoelde als een soort levensverzekering waardoor je voor de rest van je leven safe was. Vandaag is die interpretatie van de lezing over schat en parel minder evident maar dat maakt het wellicht niet minder boeiend.