Article header background
Terug naar overzicht
Jozef Essing
image

Veertiende zondag door het jaar

Met de kinderen zelf kind

image

Peinture du 17ème siècle, église du couvent dominicain de San Esteban à Salamanque (ES) | © Lawrence Lew, OP

Een gelovige vrouw die een zwager, haar man en een dochter aan alzheimer had verloren, vertrouwde me toe dat zij bij alles wat haar overkwam steun vond in het gebed. Op mijn vraag 'Hoe dan?' antwoordde zij: 'Het wordt geweten'. Haar woorden tonen een opvallend en diepzinnig beeld van God: geen 'almachtige' in de lijn van 'doe er iets aan', maar iemand die met aandacht ziet,

zich laat raken door wat een ander doormaakt en het in zich opneemt. Het doet denken aan het vertrouwen dat een kind heeft in goede ouders. Die helpen hun kind niet door te verhinderen dat het valt bij de eerste stapjes of door het in de puberteit af te schermen van de risico's die inherent zijn aan de verkenning van het leven.

Wat zij wel doen is: laten merken dat zij er zijn. De kwetsuur en de pijn worden niet uitgewist maar mede gedragen.

Het kind dat zich daaraan toevertrouwt kan op zulke momenten meer dan ooit ervaren dat het kostbaar is in de ogen van de ouders en als een schat in hun hart wordt gedragen. Het besef van eigenwaarde dat dit opwekt geeft het de kracht om de hardheid van het bestaan aan te gaan.

Deze wisselwerking tussen het 'er zijn' van de een en het zich toevertrouwen van de ander lezen wij in het evangelie. Jezus is verrukt in gesprek met zijn Vader. Zo te horen draagt dit contact hem bij alles wat Hij tegenkomt, aan moois én verdrietigs. Hier spreekt iemand die door wil geven wat Hij zelf ontvangt. Hij is niet zelfgenoegzaam, zichzelf genoeg, iemand die het allemaal weet en het zelf wel zal redden. Juist op het beslissende moment van 'erop of eronder', aan het kruis, laat Hij zien dat Hij het niet zelf wíl redden. Hii vertrouwt zichzelf en heel zijn zaak toe aan zijn Vader in de hemel.

image

© iStock

Het bepaalt zijn houding tot mensen die voorbijgelopen worden - geslagen door koorts, als dove of blinde gehinderd in het contact, buitengesloten door besmettelijke huidziekten, of bezeten door stemmen in het hoofd. Wanneer Jezus velen van hen geneest die naar hem toe gebracht worden, duidt Matteüs dit op opvallende wijze:

Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja:
‘Hij was het die onze ziekten opnam en onze kwalen heeft gedragen.’ (8,17)

Hij wil niet de toverdokter zijn in smetvrije witte jas, niet de grote redder die alle problemen voor ons komt oplossen, maar de nabijheid tonen van een mens die meedraagt en zo anderen optilt: 'Komt tot mij die belast zijt, en ik zal u opbeuren'. In de woorden van de profeet Zacharia:

niet hoog te paard met machtsvertoon, maar zwoegende en ploeterende mensen nabij op een lastdier. Kleinen worden groter bij hem.

Hij gelooft in de kracht hiervan, omdat Hij zelf kind kan zijn van zijn Vader. Hij draagt onze lasten, zoals Hijzelf gedragen wordt door de Eeuwige in de hemel. Daarmee wordt ook ons wel en wee met Hem aan Gods hart gedrukt. Hij is naar beneden gekomen, tot in de put waarin een mens kan raken, om ons in zich op te nemen en naar zijn hemelse Vader toe te dragen. Die zal ons met Hem in zich opnemen en doordringen van zijn Levensadem, zijn Geest. Dit vraagt van ons een bekering van onze verwachtingen ten aanzien van God.

God is onze helper, maar niet een-voudig, niet simpel ‘er iets aan doende’ - Hij helpt trapsgewijs, meervoudig.

We vierden dit onlangs in een feest: Allerheiligste Drievuldigheid.

Jezus is blij dat juist de kleinen, die in de ogen van de kenners 'van niets weten', hier oog voor hebben. Hij voelt zich thuis bij hen. Waar 'de wijzen en verstandigen' het zoeken in machtsvertoon en snelle oplossingen - die eerder nieuwe ellende brengen dan heil -, voelen 'de kleinen' de kracht aan van verbondenheid die optilt en vrede brengt.

En is dat niet 'Gods rijk': zijn nabijheid die niet overdondert maar kracht oproept, en de gave om jezelf daaraan toe te vertrouwen en als een kind te ontvangen?

‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind,
zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan'. (18,3
)

image

© Lawrence Lew, OP